SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1 NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Piasky 340 mg oplossing voor injectie/infusie
2 KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke injectieflacon van 2 ml bevat 340 mg crovalimab.
Elke ml oplossing voor injectie/infusie bevat 170 mg crovalimab.
Crovalimab is een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam dat wordt geproduceerd in ovariumcellen van Chinese hamsters (Chinese hamster ovary, CHO) door middel van recombinant-DNA-techniek.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3 FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie/infusie (injectie/infusie).
Helder tot sterk opaalachtig en bijna kleurloze tot bruingele oplossing. De oplossing heeft een pH van ongeveer 5,8 en een osmolaliteit van ongeveer 297 mOsm/kg.
4 KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Piasky is als monotherapie geïndiceerd voor de behandeling van volwassen en pediatrische patiënten van 12 jaar of ouder met een lichaamsgewicht van 40 kg of meer met paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie (PNH):
• Bij patiënten met hemolyse met klinische symptomen die wijzen op een hoge ziekteactiviteit.
• Bij patiënten die klinisch stabiel zijn na behandeling met een complementcomponent-5 (C5)-remmer gedurende ten minste de afgelopen 6 maanden.
4.2 Dosering en wijze van toediening
De behandeling moet worden geïnitieerd onder toezicht van een arts met ervaring in de behandeling van hematologische aandoeningen.
Dosering
Het aanbevolen doseringsschema bestaat uit één oplaaddosis toegediend via intraveneuze infusie (op dag 1), gevolgd door vier extra wekelijkse oplaaddoses toegediend via subcutane injectie (op dag 2, 8, 15 en 22). De onderhoudsdosis begint op dag 29 en wordt vervolgens elke 4 weken toegediend via subcutane injectie. De toe te dienen doses zijn afhankelijk van het lichaamsgewicht van de patiënt, zoals weergegeven in tabel 1.
Voor patiënten die overschakelen van een behandeling met een andere complement-remmer, moet de eerste intraveneuze oplaaddosis van Piasky worden toegediend op het tijdstip van de volgende geplande toediening van de complement-remmer (zie rubriek 4.4 voor aanvullende informatie met betrekking tot het overschakelen tussen behandelingen met complementcomponent-5 [C5]-remmers). De volgende subcutane oplaaddoses en onderhoudsdoses van Piasky worden toegediend volgens het schema in tabel 1.
Tabel 1: Doseringsschema Piasky op basis van lichaamsgewicht
Lichaamsgewicht | ≥ 40 kg tot < 100 kg | ≥ 100 kg |
Oplaaddosis | | |
Onderhoudsdosis | | |
a Q4W = elke 4 weken |
Het doseringsschema mag af en toe met 2 dagen voor of na de geplande toedieningsdag variëren (behalve op dag 1 en dag 2). In dat geval moet de volgende dosis volgens het normale schema worden toegediend.
Behandelduur
Piasky is bedoeld als langdurige behandeling, tenzij stopzetting van dit geneesmiddel klinisch geïndiceerd is (zie rubriek 4.4).
Uitgestelde of gemiste doses
Wanneer een volledige geplande dosis of een deel van een geplande dosis van Piasky wordt gemist, moet deze gemiste dosis of overgebleven deel van de geplande dosis zo snel mogelijk worden toegediend vóór de dag van de volgende geplande dosis. De volgende dosis moet dan op de normale geplande dag worden toegediend. Dien geen twee doses tegelijk toe of dien niet meer dan de voorgeschreven dosis toe op dezelfde dag om een vergeten dosis in te halen.
Dosisaanpassingen
Als het lichaamsgewicht van de patiënt tijdens de behandeling met 10% of meer verandert zodat het gewicht consistent hoger of lager wordt dan 100 kg, is aanpassing van de onderhoudsdosis vereist (zie tabel 1 voor de aanbevolen dosis). Daarom moet het lichaamsgewicht van de patiënt periodiek en voortdurend worden gecontroleerd, indien nodig.
Speciale populaties
Ouderen
Bij patiënten ≥ 65 jaar is geen dosisaanpassing vereist, hoewel de ervaring met crovalimab bij oudere patiënten in klinische onderzoeken beperkt is (zie rubriek 5.2).
Verminderde nierfunctie
Voor patiënten met een licht, matig of ernstig verminderde nierfunctie wordt geen dosisaanpassing aanbevolen (zie rubriek 5.2).
Verminderde leverfunctie
Voor patiënten met een licht verminderde leverfunctie wordt geen dosisaanpassing aanbevolen. Crovalimab is niet onderzocht bij patiënten met een matig tot ernstig verminderde leverfunctie en er kan geen doseringsadvies worden gegeven (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
Bij pediatrische patiënten van 12 jaar of ouder met een lichaamsgewicht ≥ 40 kg is geen dosisaanpassing van crovalimab vereist. De veiligheid en werkzaamheid van crovalimab bij kinderen in de leeftijd tot 12 jaar en kinderen met een lichaamsgewicht < 40 kg zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Piasky wordt toegediend als intraveneuze infusie (eerste dosis) en als subcutane injectie (daaropvolgende doses).
Intraveneuze toediening
Piasky moet met behulp van een geschikte aseptische techniek worden bereid voor intraveneuze toediening. Piasky moet worden verdund en als een intraveneuze infusie gedurende 60 minuten ± 10 minuten (1.000 mg) of 90 minuten ± 10 minuten (1.500 mg) worden toegediend door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Piasky mag niet worden toegediend als een intraveneuze push of bolus.
Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
De infusie van crovalimab kan worden vertraagd of onderbroken als de patiënt een infusiegerelateerde reactie krijgt. De infusie moet onmiddellijk worden stopgezet als de patiënt een ernstige overgevoeligheidsreactie krijgt (zie rubriek 4.4).
Subcutane toediening
Piasky moet onverdund worden gebruikt en met een geschikte aseptische techniek worden bereid. Het wordt aanbevolen om Piasky in de buik te injecteren. In de buik moet de injectieplaats bij elke injectie worden afgewisseld. Injecties mogen nooit worden gegeven in moedervlekken, littekens of in gebieden waar de huid gevoelig, gekneusd, rood, hard of beschadigd is.
Toediening door de patiënt en/of verzorger
Na een goede training in de techniek van het subcutaan injecteren mag de patiënt Piasky bij zichzelf toedienen, of de verzorger van de patiënt mag Piasky toedienen zonder toezicht van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg als de behandelend arts vaststelt dat dit kan.
Uitgebreide instructies voor de toediening van Piasky staan vermeld aan het eind van de bijsluiter.
4.3 Contra-indicaties
• Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
• Patiënten met een onopgeloste Neisseria meningitidis-infectie.
• Patiënten die momenteel niet zijn gevaccineerd tegen Neisseria meningitidis, tenzij zij tot 2 weken na vaccinatie een profylactische behandeling met een geschikte antibiotica krijgen (zie rubriek 4.4).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest voorkomende bijwerkingen waren immuuncomplexgemedieerde reactie type III (18,9%) bij patiënten die van een behandeling met een andere C5-remmer zijn overgestapt op crovalimab, bovenste luchtweginfectie (18,6%), pyrexie (13,5%), hoofdpijn (10,9%) en infusiegerelateerde reactie (10,2%). De meest voorkomende ernstige bijwerkingen waren immuuncomplexgemedieerde reactie type III (4,0%) bij patiënten die van een behandeling met een andere C5-remmer zijn overgestapt op crovalimab en pneumonie (1,5%).
De veiligheidsresultaten van de 44 patiënten in het COMPOSER-onderzoek bij wie de mediane behandelduur 4,69 jaar was (bereik: 0,4 – 6,3 jaar), duiden niet op aanvullende veiligheidsproblemen in verband met langdurig gebruik van crovalimab.
Tabel met bijwerkingen
De veiligheid van crovalimab bij patiënten met PNH is beoordeeld in drie fase III-onderzoeken, COMMODORE 2 (BO42162), COMMODORE 3 (YO42311) en COMMODORE 1 (BO42161), en één fase I/II-onderzoek (COMPOSER, BP39144).
In tabel 2 staan de bijwerkingen die zijn gemeld in verband met het gebruik van crovalimab in een gepoolde analyse van 393 patiënten die deelnamen aan de fase III-onderzoeken, tenzij anders vermeld. De mediane behandelduur voor crovalimab op basis van de gepoolde analyse van 393 patiënten was 64 weken (bereik: 0,1 – 136,4 weken).
De bijwerkingen worden weergegeven volgens MedDRA systeem/orgaanklasse en frequentiecategorie. De volgende frequentiecategorieën zijn gebruikt: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000). Binnen elke frequentiecategorie zijn de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Tabel 2: Samenvatting van bijwerkingen die optraden bij patiënten die met Piasky werden behandeld
Systeem/orgaanklasse volgens | Bijwerkingen (MedDRA) | Frequentiecategorie |
Infecties en parasitaire aandoeningen | Bovenste luchtweginfectie | Zeer vaak |
Pneumonie | Vaak | |
Luchtweginfectie | ||
Urineweginfectie | ||
Nasofaryngitis | ||
Sepsis | Soms | |
Septische shock | ||
Bacteriëmie | ||
Pyelonefritis | ||
| ||
Immuunsysteemaandoeningen | Immuuncomplexgemedieerde reactie type III* | Zeer vaak |
Overgevoeligheid | Vaak | |
Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn | Zeer vaak |
Maagdarmstelselaandoeningen | Buikpijn | Vaak |
Diarree | ||
Huid- en onderhuidaandoeningen | Huiduitslag | Vaak |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Artralgie | Vaak |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Pyrexie | Zeer vaak |
Asthenie | Vaak | |
Vermoeidheid | ||
Reactie op de injectieplaats | Soms | |
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | Infusiegerelateerde reactie | Zeer vaak |
Injectiegerelateerde reactie | Vaak |
*Immuuncomplexgemedieerde reactie type III (ook wel type III-overgevoeligheidsreactie genoemd) is beperkt tot patiënten die overstappen van een andere C5-remmer naar crovalimab of van crovalimab naar een andere C5-remmer. De frequentie van type III-overgevoeligheidsreacties werd gemeld voor een subgroep van N=201 patiënten die van een behandeling met een andere C5-remmer overstapten op crovalimab, waarbij de incidentiepercentages werden berekend met deze N=201 patiënten als noemer. Zie hieronder.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Type III-overgevoeligheidsreacties (zie rubriek 4.4 en 4.5)
Binnen de fase III-onderzoeken kreeg 19,4% (39 van de 201) van de patiënten die van een behandeling met eculizumab of ravulizumab naar crovalimab overstapten een type III-overgevoeligheidsreactie (gemeld als een immuuncomplexgemedieerde reactie type III). Van deze 39 patiënten kregen 2 patiënten een tweede type III-overgevoeligheidsreactie na het staken van crovalimab en de overstap op ravulizumab. De meest gemelde tekenen en symptomen waren artralgie en huiduitslag, en andere gemelde symptomen waren onder andere pyrexie, hoofdpijn, myalgie, buikpijn, asthenie/vermoeidheid en axonale neuropathie. De mediane tijd tot aanvang van een type III-overgevoeligheidsreactie bij patiënten die van een behandeling met eculizumab of ravulizumab naar crovalimab overstapten, was 1,6 weken (bereik: 0,7 – 4,4 weken), waarbij 5,1% van de patiënten (2 van de 39) een type III-overgevoeligheidsreactie ondervond met een tijd tot aanvang die langer was dan 4 weken. De meeste gevallen van een type III-overgevoeligheidsreactie was van voorbijgaande aard met een mediane duur van 1,7 weken (bereik: 0,4 – 34,1 weken). De meerderheid van de patiënten had een voorval van graad 1 of 2 (23 van de 39 patiënten) en 8% (16 van de 39) van de patiënten die van eculizumab of ravulizumab waren overgestapt naar crovalimab hadden een voorval van graad 3. De meeste voorvallen verdwenen zonder aanpassing van de onderzoeksbehandeling met crovalimab.
In het COMPOSER-onderzoek meldden 2 van de 26 patiënten die van eculizumab naar crovalimab overstapten ieder 1 bijwerking van een type III-overgevoeligheidsreactie. Deze bijwerkingen waren licht tot matig en niet ernstig van aard. Eén andere patiënt ontwikkelde een lichte type III-overgevoeligheidsreactie na het staken van crovalimab en overstap op een andere C5-remmer.
Immunogeniciteit
In twee gerandomiseerde fase III-onderzoeken (COMMODORE 1 en COMMODORE 2) en in één eenarmig fase III-onderzoek (COMMODORE 3) was de ADA-status evalueerbaar bij 392 patiënten. Van deze 392 patiënten waren er 118 (30,1%) ADA-positief. Er werden geen verschillen waargenomen in het percentage van bijwerkingen die kenmerkend zijn voor immunogeniciteit (zoals infusiegerelateerde reacties, reacties op de injectieplaats of overgevoeligheid) tussen ADA-positieve en ADA-negatieve patiënten (zie rubriek 5.1).
Immunogeniciteit die leidt tot verlies van blootstelling en werkzaamheid
Patiënten kunnen ADA’s ontwikkelen die de blootstelling aan crovalimab kunnen verstoren. Van de 392 patiënten die onderzocht werden op ADA-status werd bij 23 patiënten (5,9%) een gedeeltelijk of volledig verlies van blootstelling gerelateerd aan het ontstaan van ADA’s waargenomen. Hiervan vertoonden er 17 (4,3%) een verlies van farmacologische activiteit samen met een verlies van blootstelling en met een verlies van werkzaamheid, dat zich manifesteerde als een aanhoudend verlies van hemolysecontrole bij 7 patiënten (1,8%).
Klinische tekenen van verlies van werkzaamheid moeten onmiddellijk door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg worden beoordeeld (zie rubriek 4.4).
Infusie- en injectiegerelateerde reacties
In de fase III-onderzoeken had 10,2% van de patiënten die met crovalimab werden behandeld een infusiegerelateerde reactie. De meest voorkomende tekenen en symptomen die werden gemeld, waren hoofdpijn (7,1%), huiduitslag (0,8%), duizeligheid (0,8%), buikpijn (0,5%), erytheem (0,5%), misselijkheid (0,5%), pyrexie (0,5%) en paresthesie (0,3%). Alle gemelde voorvallen waren van graad 1–2.
In de fase III-onderzoeken had 8,4% van de patiënten die met crovalimab werden behandeld een injectiegerelateerde reactie. De meest gemelde tekenen en symptomen waren hoofdpijn (2,5%), erytheem op de injectieplaats (1,0%), pijn op de injectieplaats (1,0%) en huiduitslag op de injectieplaats (1,0%). Het merendeel van de voorvallen was van graad 1–2.
Infecties met ingekapselde bacteriën
Op basis van het werkingsmechanisme kan het gebruik van crovalimab mogelijk het risico op infecties verhogen, met name infecties veroorzaakt door ingekapselde bacteriën waaronder Streptococcus pneumoniae, Neisseria meningitidis types A, C, W, Y en B, en Haemophilus influenzae (zie rubriek 4.4).
In de fase III-onderzoeken waren de gemelde infecties met ingekapselde bacteriën Klebsiella pneumoniae, Klebsiella (niet anderszins gespecificeerd), Haemophilus influenzae en Neisseria subflava, waarbij de laatste de bijwerking bacteriëmie veroorzaakte bij een patiënt.
Pediatrische patiënten
Bij 12 pediatrische PNH-patiënten met een lichaamsgewicht ≥ 40 kg (in de leeftijd van 13–17 jaar oud) die deelnamen aan de onderzoeken COMMODORE 1, COMMODORE 2 en COMMODORE 3 was het veiligheidsprofiel vergelijkbaar met dat wat gezien werd bij volwassen PNH-patiënten. De bijwerkingen die werden gemeld bij pediatrische PNH-patiënten en die geassocieerd waren met crovalimab zijn bovenste luchtweginfectie (16,7%), urineweginfectie (16,7%), vermoeidheid (16,7%), pyrexie (16,7%), hoofdpijn (8,3%), infusiegerelateerde reacties (8,3%) en injectiegerelateerde reactie (8,3%).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden (zie hieronder voor details).
België
Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
www.fagg.be
Afdeling Vigilantie:
Website: www.eenbijwerkingmelden.be
e-mail: adr@fagg-afmps.be
7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Roche Registration GmbH
Emil-Barell-Strasse 1
79639 Grenzach-Wyhlen
Duitsland
8 NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/24/1848/001
PRIJZEN
CNK code | Verpakking | ATC5 code | Prijs | Af-fabriek prijs | Voorschriftplichtig | Remgeld reguliere tegemoetkoming | Remgeld verhoogde tegemoetkoming |
---|---|---|---|---|---|---|---|
4866901 | Piasky 340 mg oplossing voor injectie/infusie | - | € 11213,29 | Ja | - | - |